Stel je voor dat je een week lang niet kan douchen, elke dag ongeveer 8 uur aan het hiken bent, je levend wordt opgegeten door muggen in de jungle en je maag elke dag volgestouwd wordt met hiking energie bars en pindakaas. Dat is het leven als je twee weken lang hoog in de bergen zit. En ik kan je vertellen dat dit bijdraagt aan een verdomd goed gevoel als je uiteindelijk je doel bereikt. Een nieuwe lichamelijke uitdaging in de Himalaya en het voelde geweldig. 

Een dag na terugkomst uit het klooster stond ik in het hiking walhalla van Nepal; Pokhara. Hier komt alles wat te maken heeft met hiken en de Himalaya samen. Honderden shops waar je van alles kan kopen, van kleding tot waterflessen en van tassen tot slaapzakken voor -20 graden Celsius. Maar er zit ook een kapper gevestigd, met als slogan ‘the best massage in town’. Grappig, voor een kapper, maar wel iets wat ik na 10 dagen lang stilzitten kon gebruiken. Nadat er nog minder haar op m’n hoofd was overgebleven sloeg de kapper met een flinke uithaal op m’n achterhoofd en de massage was begonnen. Wat men in Nederland een vechtpartij zou noemen, wordt hier met massage aangeduid. Een half uur later stond ik weer op de stoep, met een knalrood hoofd, maar ik voelde me wel flexibeler.

Met een fris kapsel en een rugzak vol pindakaas en energie bars was ik dus klaar om twee weken lang te leven als en echte berggeit. Mentaal voelde ik me enorm sterk door de meditatie en ook fysiek mankeerde er niets aan m’n lichaam. De eerste dag hiken bracht me meteen, binnen 8 uur, naar 2700 meter hoogte. Een goede eerste dag en de volgende dagen gingen in dezelfde conditie, maar met meer krachtinspanning. Geen enkele dag liet m’n lichaam me in de steek en op dag drie bereikte ik Poonhill (3210 meter). Een hike die om 05.00 uur in de ochtend begon eindigde twee uur later precies voordat de zon opkwam. Een letterlijk en figuurlijk hoogtepunt tot dan toe.

Op dag zeven zag ik iets in de verte waar ik alleen nog maar foto’s van had gezien: Annapurna Base Camp. 4130 meter boven zeeniveau en nu binnen handbereik. Tranen stonden in m’n ogen en m’n benen gaven nog een extra push voor de laatste stappen over de gletsjer. Vanaf het begin had ik hier naar uitgekeken en nu stond ik er. De warmte in m’n lichaam  zorgde ervoor dat ik buitentemperatuur van -3 graden Celsius niet voelde. Ik had een nieuwe uitdaging voltooid, ik had mezelf wederom fysiek uitgedaagd. De beloning van een (koude) douche was waanzinnig. De geur van een week lang niet douchen viel in het niet bij het gevoel van enorme blijdschap.

Tijd voor een uitgebreid feestje is er niet in de bergen, want de volgende dag was het alweer tijd om af te dalen. Na een van de mooiste zonsopkomsten die ik ooit heb gezien ging het afdalen veel sneller dan gepland. Waar de gemiddelde afdaaltijd dagelijks ongeveer 5 uur bedroeg, deed ik dit meestal binnen 4 uur. Mede door het zelfbedachte spel ‘raak de grond niet’ schoot ik de vallei in. Een spel waarbij ik mezelf uitdaagde om van steen naar steen en van rots naar rots te springen zonder de grond te raken. Erg risicovol waarbij het motto: ‘living on the edge’ wel erg tastbaar werd.

Uiteindelijk was daar de laatste dag hiken. Op traditionele wijze hing ik samen met de gids zogenaamde gebedsvlaggen op. Het ophangen van de vlaggen brengt geluk wanneer je op één van de gekleurde vlaggetjes je naam schrijft. De kleuren staan voor de elementen van Moeder Natuur; rood, wit, blauw, geel en groen (vuur, wind, hemel, aarde en water). Omdat ik ervan overtuigd ben dat je altijd manieren moet vinden om je innerlijk vlam voluit te laten branden, schreef ik m’n naam in grote letters op een rood vlaggetje.

En een manier om de vlam te laten branden vond ik diezelfde avond. De avond werd namelijk afgesloten met een traditionele Nepaleze feestmaaltijd. De maaltijd bestond uit Dal Bhat: rijst met linzensoep en verschillende groenten. Ook kreeg ik een schoteltje met rode saus, zag er heerlijk uit maar was het meest pittige dat ik ooit heb gegeten. Toen ik 10 minuten later met hoge nood naar de WC moest, zongen de overige hikers: Ring of Fire, doelende op het brandende gevoel van m’n achterwerk. Een grappige situatie die ervoor zorgde dat ik de nodige Raksi (eigen gebrouwen alcohol die vanuit jerrycans wordt ingeschonken) dronk. Met een alcoholpercentage van rond de 60% was ik blij dat ik de volgende dag niet hoefde te hiken..

Om de waanzinnige tijd in de bergen te bekronen besloot ik om ’s werelds vijf na hoogste bungeejump uit te proberen. Een sprong van de 160 meter hoge brug met een vrije val van 3 seconden richting de wildste rivier (Bhote Khoshi river) van Nepal, dan moet de vlam in je lichaam wel gaan branden. Het was overigens de snelste afdaling die ik in de bergen heb gedaan dit avontuur, zonder de grond te raken uiteraard! Het gevoel dat ontstaat voordat je van het platform springt is precies waarnaar ik  opzoek was dit avontuur. Een mix van adrenaline en een beetje angst zorgt voor een natuurlijke doping in m’n lichaam. Een gevoel waaraan ik inmiddels verslaafd ben, een gevoel waarmee ik meer moet doen.

Voordat ik Annapurna Base Camp bereikte dacht ik na over dit gevoel en m’n sportieve toekomst. Doordat ik mentaal en fysiek erg fit ben, wil en moet ik hier in Nederland meer mee gaan doen. Samen met m’n Australische hike-genoot besloten we om deel te nemen aan een grote Europese hardloop marathon. Ook wil ik de Nijmegese vierdaagse en een afstand van de Haaksbergse Kennedymars lopen, om nog maar te zwijgen over verschillende mountainbike tochten! Nieuwe avonturen om het leven uitdagend te houden.

Al met al was dit een bergavontuur om nooit te vergeten. Net als alle andere belevenissen deze reis. Over twee dagen zal ik naar China, of eigenlijk naar Tibet vliegen om het spirituele in m’n avontuur nog een extra boost te geven. Dit betekend constant leven op 4000 meter hoogte en op de terugweg naar Kathmandu zal ik al hikend Everest Base Camp; The North Face (5150 meter) bereiken. Een flinke nieuwe uitdaging. Dat wordt opnieuw leven op energie bars en pindakaas. Benieuwd of ik m’n record ‘aantal-dagen-zonder-douche’, ongewild, zal verbreken.

Namasté!